Ik was negen toen ik met een vriendinnetje meeging naar familie van haar. Daar mochten we paardrijden.
De eerste keer ging het alleen daarover. De tweede keer ook. En de derde keer.
Hij bouwde langzaam mijn vertrouwen op. Pas toen ik hem vertrouwde, overschreed hij mijn grens.
Het duurde een jaar.
Hij vertelde me dat het ons geheimpje was. Dat ik het aan niemand mocht vertellen. Want als ik dat wel zou doen, zouden de pony’s worden afgemaakt. Mijn vader zou ontzettend boos op me worden. En niemand zou me geloven.
Dus ik zweeg.
Ik was negen. Ik hield van die pony’s, ik wilde niet dat mijn vader boos op me werd en ik was bang dat niemand me zou geloven.
Jarenlang hield ik het voor mezelf. Ik schaamde me en voelde me schuldig, terwijl ik eigenlijk helemaal niet begreep wat me was overkomen.
Pas toen we er op school iets over leerden, begon er iets te knagen.
Dit klopt niet. Dit hoort niet.
Ik was inmiddels veertien toen ik het voor het eerst aan een vriendinnetje vertelde.
Maar ik vertelde het lachend.
Zo ging dat bij mij. Als iets heel belangrijk of spannend was, kwamen de zenuwen eruit als gelach.
Ze geloofde me niet.
En ergens snap ik dat nog steeds. Als iemand iets vertelt alsof het een grapje is, kun je het ook als een grapje opvatten.
Een paar weken later gebeurde er iets op school waardoor alles weer naar boven kwam. Ik begon heel hard te huilen.
De maatschappelijk werkster zei: ‘Kom jij maar even mee.’
Mijn vriendinnetje ging mee. En daar, in dat kamertje, vertelde ik het opnieuw.
Dit keer zonder te lachen.
Ze geloofde me. En ze was verdrietig dat ze me de eerste keer niet had geloofd.
Dat hoefde voor mij niet. Ik was alleen maar blij dat ze er nu voor me was.
Toen kwam het moeilijkste.
Ik kreeg een paar weken om het aan mijn ouders te vertellen.
Maar ik durfde niet.
Ik was bang voor de reactie van mijn vader. Dat hij ontzettend boos zou worden. Misschien zelfs zo boos dat hij die man iets aan zou doen.
Dus stelde ik het steeds uit.
Ik bleef steeds langer weg van huis.
Op een avond was ik op de kermis. Ik moest om zes uur thuis zijn, maar om negen uur stond mijn moeder daar.
Ik haalde mijn fiets bij mijn oma en begon aan de fietstocht naar huis. Een half uur fietsen.
Na een tijdje reed er een auto naast me. Het raampje ging open.
Mijn moeder was boos.
Ik zei: ‘Maar je weet niet wat er is gebeurd.’
Ik zette mijn fiets in de berm en stapte in.
Thuis vertelde ik het aan mijn vader, mijn moeder en mijn broer.
En ze reageerden alle drie ontzettend goed.
Ik denk nog vaak aan dat moment. Want het had ook heel anders kunnen lopen.
Diezelfde avond zijn we met de auto weggereden. Ik moest aanwijzen waar hij woonde en vertellen wie het was.
Mijn vader belde andere ouders, want er waren meer kinderen van school die daar kwamen.
Zo ging het balletje rollen.
Er werd aangifte gedaan. Uiteindelijk deden negen meisjes aangifte.
Wat ik later hoorde, was dat hij op de dag dat ik aangifte deed nog steeds andere kinderen misbruikte. Ook kinderen die tegenover hem woonden. Daar zat zelfs een baby bij.
Dat vind ik nog steeds verschrikkelijk om te weten.
Tijdens de rechtszaak ontkende hij wat hij bij mij had gedaan. Niet wat hij bij de andere meisjes had gedaan. Alleen bij mij.
Waarom weet ik niet. Misschien omdat ik degene was die als eerste aangifte had gedaan.
Hij werd veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.
Als ik daar nu op terugkijk, ben ik ontzettend blij dat ik het uiteindelijk heb verteld.
Want terwijl ik jarenlang dacht dat ik mijn mond moest houden, ging hij gewoon door.
Ik weet niet hoelang dat anders nog was doorgegaan.
Maar door mijn verhaal te vertellen, kwam er iets in beweging.
Ook op school kreeg ik ermee te maken.
Kinderen riepen zijn naam naar me.
In de kerstvakantie ging ik naar een andere school.
Daar werd ik baldadig.
De eerste dag liep ik al over de tafels. Ik ging spijbelen, zocht grenzen op en was ontzettend boos.
Ik wist niet hoe ik met alles om moest gaan.
Ik begon er steeds vaker over te vertellen. En die boosheid moest ergens heen.
We hebben zelfs een keer zijn ramen ingegooid.
Als ik daar nu op terugkijk, zie ik een meisje dat geen idee had hoe ze moest omgaan met alles wat er was gebeurd.
Het heeft veel invloed gehad op mijn leven.
Op mijn relaties. Op mijn grenzen. Op hoe ik naar mezelf keek.
Ik kon moeilijk bij mijn gevoel komen. Ik wist vaak niet eens wat ik zelf wilde of waar mijn grenzen lagen.
En het heeft lang geduurd voordat ik begon te begrijpen hoeveel invloed die ervaringen hadden gehad.
Wat me altijd is bijgebleven, is hoe mijn ouders reageerden toen ik het eindelijk vertelde.
Ze geloofden me.
Ze namen me serieus.
En ze kwamen voor me op.
Ik weet hoe belangrijk dat voor mij is geweest.
Ik weet ook dat het anders kan lopen. Bij een ander vriendinnetje reageerden de ouders heel anders. En ik heb gezien hoeveel invloed zo’n reactie kan hebben.
Daarom vind ik het zo belangrijk dat niet alleen mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt informatie en steun kunnen vinden, maar ook hun ouders, partners en andere naasten.
Want wat zeg je als iemand je zoiets vertelt?
Hoe reageer je als je kind iets vertelt wat je nooit had willen horen?
En hoe kun je er voor iemand zijn, ook als je zelf niet weet wat je moet zeggen?
Ik was negen toen het begon.
Veertien toen ik het eindelijk durfde te vertellen.
En inmiddels ben ik over de 40.
Mijn ervaringen hebben invloed gehad op mijn leven, maar ze bepalen niet wie ik ben.
Marije Beute
Blijf op de hoogte
Nieuwe verhalen, afleveringen en handvatten. Zonder schokkende beelden.
Je ontvangt eerst een mail om je aanmelding te bevestigen. Afmelden kan altijd. Je gegevens blijven van jou.